Kunstenaar Hendrik over AI, dromen en de symbiose tussen mens en machine

Met zijn werk onderzoekt hij hoe technologie niet alleen een hulpmiddel is, maar ook een medemaker. We spreken hem wanneer hij vers thuiskomt van een weekendje Dekmantel over zijn fascinatie voor AI, zijn manier van werken met tools als Blender en Unreal Engine en waarom spelen met technologie essentieel is voor zowel kunstenaars als studenten.
Hey Hendrik! Je was bij Dekmantel afgelopen weekend. Hoe was dat?
Dekmantel is voor mij elk jaar weer een soort kruispuntmoment. Het is een combinatie van netwerken en plezier. Veel mensen uit de muziekindustrie komen daar samen. Ik zie het als een kans om bij te praten, te dansen en tegelijkertijd ook mijn werk onder de aandacht te brengen. Je ontmoet nieuwe mensen en soms zit daar iemand tussen die zegt: “Hey, we zoeken nog visuals voor een campagne.” . Dat werkt goed in de nachtcultuur, waar beeld en muziek zo sterk samenkomen.
Nice. Kun je iets vertellen over het werk dat nu in Museum Drachten te zien is?
Ja, dat werk komt voort uit een eerdere installatie die ik verder heb ontwikkeld. Het is nu een video van zo’n zes à zeven minuten, te zien tijdens de Noorderlicht Biënnale. Die tentoonstelling gaat dit jaar over ‘machine entanglement’ een thematiek die perfect aansluit bij mijn werk. Ik heb in Unreal Engine een karakter gemaakt, gebaseerd op mijn eigen gezicht. Met een iPhone heb ik mijn mimiek opgenomen en dat overgezet op dat 3D-model. Dus het is heel letterlijk: ik kijk naar mezelf, maar dan in een digitale droomversie. Het werk is opgenomen in de officiële museale route, samen met fotografie en screen-based kunst, onder andere in Heerenveen, Leeuwarden en Groningen.

Hoe gebruik je AI in jouw werk?
Ik zie AI niet als vervanging, maar als een tool. Ik gebruik het als leerhulp, bijvoorbeeld in Blender, maar ook als creatieve partner. Als ik een tutorial volg en het blijkt na een halfuur een reclame te zijn voor een plugin, dan gebruik ik AI liever om stap voor stap begeleid te worden. In dat proces helpt het me enorm. Het laat me in mijn eigen tempo groeien. Soms gebruik ik het ook puur beeldend: ik voer beelden in, speel met variaties en ontwikkel daaruit nieuwe richtingen. Die interactie met de machine is bijna een dialoog. Het is echt een vorm van samenwerken waarin ik steeds reflecteer: wat werkt, wat niet?

En hoe begon die fascinatie met AI?
Vrij vroeg eigenlijk. Sinds mijn masterstudie, die liep van 2015 tot 2018. Daar begon ik met creatieve code. StyleGAN en Deep Dream waren toen dingen die nog vrij nieuw waren. Dat volgde ik toen op de voet. Wat ik er spannend aan vond, was vooral die beweging tussen beelden, een soort eeuwige verhandeling.
Maar ik had natuurlijk niet het geld om zo’n productie echt te draaien, en ook niet de computer die dat aankon, nog steeds niet eigenlijk.
Toen kwam Runway, in de oude vorm. Dat was toen nog een ontmoetingspunt tussen kunstenaars en programmeurs. Je kon er modules op draaien, met bijvoorbeeld gezichtsherkenning of style transfer. Vervolgens kwamen er tools als Google Colab, waardoor ik dat soort systemen tóch kon gebruiken, ook zonder zware grafische kaart.
Wat ik nog steeds het meest interessant vind, is de tussenruimte wanneer je twee beelden in elkaar laat overlopen. Niet helemaal het ene beeld, niet helemaal het andere. Die morphfase is visueel vaag, maar emotioneel heel raak. Voor mij is dat het moment waarop de machine ‘droomt’. Daar begon mijn fascinatie echt. Dat gevoel van een herinnering die niet echt is, maar toch betekenis heeft. Net als een droom dus.

Maak je je zorgen over copyright en dat AI je werk ‘steelt’?
Spielberg zei ooit: we moeten niet zozeer kijken naar de input, maar naar de output. Iedereen wordt beïnvloed door wat hij ziet, leest, ervaart. Dat geldt voor mensen en voor machines. En ja, er zijn manieren om je werk te ‘merken’ voor machines door bijvoorbeeld je eigen gezicht subtiel in beeld te verwerken, zodat het herkenbaar blijft. Maar ik ben meer geïnteresseerd in hoe we met AI kunnen spelen dan in hoe we het kunnen tegenhouden.
Wat is dan volgens jou de échte vraag rond AI?
Voor mij gaat het niet om copyright, maar om bewustzijn. Wat doet technologie met hoe we kijken, denken, maken? Welke systemen beïnvloeden onze keuzes? En hoe kunnen we daarin zelf verantwoordelijkheid nemen? Ik zie te vaak dat kunstenaars zich vooral verdedigen: “dit is van mij!” Maar ik vind het veel spannender om te vragen: wat kunnen we ermee? Hoe ver kun je het duwen? Wat gebeurt er als ik mijn hele visuele archief als dataset voer aan een model? Daar zit potentie.

Tot slot: Je geeft ook les aan Minerva. Is er iets wat je het belangrijkst vindt om door te geven aan een nieuwe generatie makers?
Dat het oké is om te zoeken, te falen, en vragen te stellen. AI is geen magische oplossing, maar wel een spiegel. En als je goed leert vragen stellen, dan kun je er ongelooflijk veel van leren. Voor mij is het een bevrijding, niet omdat het werk uit handen neemt, maar omdat het me helpt mezelf te ontwikkelen.
En dat ze durven te spelen. Durven te experimenteren. Veel kritiek op AI is gebaseerd op angst en misverstanden. Maar als je het weghoudt van jonge mensen, leren ze er nooit creatief mee omgaan. Dan blijft het iets dat van grote bedrijven is. Terwijl het juist krachtig is als je zelf de regie neemt. Je hoeft niet alles te automatiseren. Je hoeft geen miljoenen te verdienen vanaf je bank. Maar je kunt wel groeien, leren en een nieuwe taal ontwikkelen samen met de machine.







