Erwin Blom is mediamaker en internetpionier. Hij was erbij toen video op het web nog een postzegel was die nergens op leek, bouwde podcasts en formats bij onder andere de VPRO, en leeft tegenwoordig zo'n beetje in zijn AI-tools. Wij spraken hem over punk, house en het begin van internet, en over waarom AI voor hem precies op het juiste moment komt.
Je hebt het begin van internet meegemaakt, maar ook van punk, hiphop en house. Ben je blij dat je het nog zonder AI moest uitvinden, of had je liever nu pas begonnen?
Daar zitten twee kanten aan. Ik vind het waardevol dat ik weet waar we vandaan komen. Dat ik erbij was toen video nog een postzegel was die er niet uitzag en audio nog nergens naar klonk. Daardoor waardeer ik des te meer wat er nu gebeurt. Tegelijk kan die geschiedenis ook ballast zijn. Als jij nu zestien of twintig bent en zonder die bagage begint, is niks heilig voor je. Maar ik vind het zelf heerlijk dat ik het allemaal heb meegemaakt. Het begin van een ontwikkeling, of het nou over muziek of over technologie gaat, is bijna altijd het leukst.
Ik vind iets pas echt als het in mijn handen komt."
Wat maakt zo'n begin zo leuk?
De markt is nog niet uitgekristalliseerd, er moet nog van alles uitgevonden worden. Bij het begin van house was bijna elke plaat goed, omdat de mensen die het maakten erin zaten vanuit fascinatie, niet vanuit geld. Daarna komen de meelopers die een graantje willen meepikken, met slappe aftreksels. Bij AI zie je nu hetzelfde. Op het voormalige Twitter zitten bijna alle grote namen uit de AI-wereld, ze zeggen daar dingen, ze voelen dichtbij. Dat gevoel van dichtbij had ik bij het begin van internet, bij het begin van Twitter, en nu weer bij AI. Het verdwijnt vanzelf, maar dan komt er weer iets nieuws.
Je komt zelf uit de punkscene, die bekendstaat om de doe-het-zelf mentaliteit. Veel mensen vinden AI juist het tegenovergestelde, je laat het werk over aan de machine. Toch omarm jij het. Bijzonder, niet?
Als je creatief bent, moet je juist op zoek naar wat je anders kunt doen met die techniek. Ik denk trouwens niet eens dat dit met leeftijd te maken heeft, ook muzikanten van vijfentwintig zijn vaak tegen. Ik vind die weerstand sowieso lastig te begrijpen. Kijk naar house: dat was gewoon een drumcomputer die als een drumstel moest klinken, maar dat niet kon, dus klonk het als iets nieuws. Of een 303 die voor baslijnen bedoeld was, maar die mensen over de kling joegen, en ineens had je acid. Zo moet je deze technologie ook zien. Aan de ene kant maakt het dingen makkelijker, aan de andere kant moet je zoeken naar hoe het je creativiteit helpt.
Hoe gebruik jij het zelf dan?
Ik leef bijna in Codex. Of je nu Claude of Codex pakt maakt niet zoveel uit, ze doen iets vergelijkbaars. Al die partijen proberen de belangrijkste app op je computer te worden, er zit zelfs een browser in. Voor iemand als ik, geen programmeur maar een kenniswerker, is dit fantastisch. Ik verdiep me in onderwerpen en geef die kennis weer door, via een nieuwsbrief, een podcast, een lezing of een training. Je bouwt eigenlijk je eigen operating system, met al je kennis erin. Ik schrijf nu aan een boek. Kom ik een artikel tegen, dan stop ik dat erin en vraag: voegt dit iets toe aan wat ik al heb, of staat het ergens al beter? Vaak zegt 'ie nee, en gooi ik het weg. Zo werkt er steeds iemand met me mee.
Veel mensen zeggen: dan laat je het dus door een ander doen.
Gedeeltelijk. Bij de VPRO werkten vijfentwintig mensen. Ik heb daar zelf nooit een regel code geschreven en geen vormgeving gedaan, ik was de baas. Toch voelde het alsof ik het mede maakte. Dit voelt precies hetzelfde. Ik ben degene die steeds zegt: nee, doe dit anders, zo wil ik het. Met smaak en visie maak je het verschil.
Je hebt veel met vormgevers en programmeurs gewerkt. Wat vind je ervan dat je die nu niet meer inhuurt?
Er wordt gezegd dat de technologie mensen werkloos maakt. Voor een deel zal dat zo zijn, maar ik denk dat het ook veel werk oplevert. Een programmeur komt snel tot tachtig procent, maar die laatste twintig procent is ingewikkeld en kost veel tijd. Daar moet je je in specialiseren, in security bijvoorbeeld. En vormgevers kunnen zich nu ineens een programmeur veroorloven die ze anders nooit hadden, en andersom.
Bij de VPRO hadden we programmeurs en projectleiders, en elk idee begon al snel bij vijftig of zeventig duizend euro. Dat geld had ik vaak niet. Diezelfde ideeen kan ik nu wel uitvoeren. Er ontstaan straks heel veel kleine bedrijfjes naast ons. Je maakt een eerste versie, ziet of er publiek voor is, en dan is het de moeite waard om er geld in te steken. Maar je hebt nog steeds mensen nodig die een vakgebied echt kennen en snappen wat mensen missen.
Wat kan ik nu doen wat eerst niet kon? Dat is een veel interessantere vraag dan sneller of goedkoper."
Je zei eerder dat 'sneller en goedkoper' je eigenlijk verveelt.
Efficient, ja, zal wel. Mooi als het kan, maar saai. Veel interessanter is de vraag: wat kan ik nu doen wat eerst niet kon? Laatst kwam ik een VPRO-serie uit 1994 tegen, Het Web, over het begin van internet. Toen dacht ik: wat zou ik daar met de techniek van nu mee kunnen? In een dag had ik een site staan, met artikelen die op basis van de transcripten het toen en het nu vergeleken. Ik heb mijn eigen stem gekloond bij ElevenLabs, zodat wie liever luistert dan leest het mij hoort voorlezen. Met NotebookLM maakte ik er video bij, en ik liet er automatisch een epub van maken voor wie het als boek wil lezen. Een dag. De VPRO zet zelf zeven filmpjes online, op mijn site staan diezelfde zeven plus al die extra waarde. Dat vind ik krankzinnig.
Je verzamelt dit soort verhalen ook, van mensen die zelf dingen bouwen.
Ja, allemaal mensen die geen programmeur of vormgever zijn, maar een oplossing maken voor hun eigen probleem. Iemand bouwde mooie tooling voor hockeyteams. Toen het in februari ineens ging sneeuwen, maakte iemand een crowdsourced sneeuwkaart, want sneeuw laat zich niet plannen, als het ligt moet je er meteen op staan. Daar zou niemand geld in steken, want je weet niet of het volgend jaar weer gebeurt. Een ander brengt alle supermarktkortingen in kaart. Je kunt het zo gek niet bedenken. En dit is nog maar het begin.
Durf je iets te zeggen over waar we over twee jaar staan?
De slimste mensen bij de grote bedrijven durven niet eens iets over drie maanden te zeggen. Maar je ziet hoe snel het beter wordt. Eerst moest je heel precies prompten, nu beschrijf je het einddoel en bedenkt de tool de route ernaartoe. Security speelt nog een rol, maar tools als Lovable zien het als hun eigen belang om je zo veilig mogelijk de wereld in te sturen. Ik denk dat we straks via Claude, Codex of Gemini een soort allesomvattend operating system hebben, met agents die voor je aan het werk gaan op vaste tijden of signalen, gecombineerd met wat jij op dat moment belangrijk vindt. Soms vraag ik midden in mijn werk even om een dashboard, gewoon om te zien hoe ver ik ben. Niet voor de buitenwereld, puur voor mezelf.
Heb je geen zorgen?
Eentje. Het gaat misschien te snel. Toen elektriciteit werd ontwikkeld, duurde het lang voordat mensen het thuis hadden. AI gaat krankzinnig hard, en ik vraag me af of mensen het kunnen bevatten. Er kan nu al veel meer dan waar over gepraat wordt. Het doet me denken aan de minidisc: een beter formaat dan de cd, want hij sloeg niet over en je kon nummers die je niks vond zo wissen. Maar je kunt mensen niet na de plaat en de cd ook nog de minidisc door de strot duwen. Soms is het gewoon te veel. De techniek is mooi, maar hoeveel mensen aankunnen, moet je afwachten. Iemand zei laatst: als jij buiten de bubbel een uur per dag iets met AI doet, loop je al voor op zevenennegentig procent van de mensen. Dat is de realiteit.
Tot slot, de thoughtchain-vraag: wie zouden wij hierna moeten spreken?
Bart Brouwers. Hij werkte vroeger bij De Telegraaf en bij Dichtbij, en heeft nu samen met Marian van Houten een bedrijf. Ze richtten eerder punt.nl op en doen veel met AI: ze hadden al vroeg een AI-redacteur en maken geautomatiseerde nieuwssites rond thema's en rond plaatsen die zelf geen krant meer hebben. Bart is daarnaast hoogleraar journalistiek in Groningen, dus die heeft de hele rit meegemaakt, van de jaren negentig tot nu.
Thanks Erwin!
thoughtchain
Een maker, ondernemer of denker vertelt hoe hij of zij AI gebruikt en welke impact dat heeft op werk en leven. Aan het eind draagt de gast het stokje over aan iemand anders waarvan hij of zij benieuwd is naar diens visie. Zo ontstaat een ketting van gesprekken die samen een breed beeld geven van hoe AI onze wereld verandert.












