māchine

Stargate Norway: Europa's poging om AI in eigen handen te nemen

Goed nieuws voor Europese rekenkracht en misschien wel voor de toekomst van onze technologische onafhankelijkheid. Europa krijgt er een AI-fabriek bij. En niet zomaar één. In het Noorse Narvik bouwt OpenAI een van de grootste AI-datacenters van het continent. En het heet: Stargate.

Data center

In het Noorse Narvik wordt, op initiatief van OpenAI, een van de grootste AI-datacenters van Europa gebouwd. De bouw en eigendom liggen bij de Noorse bedrijven Aker en Nscale, die samen een joint venture vormen. OpenAI is de eerste grote gebruiker en heeft de optie om later mede-eigenaar te worden via het OpenAI for Countries-programma.

Het datacenter krijgt honderdduizend NVIDIA-GPU’s en draait volledig op waterkracht. Met tweehonderddertig megawatt (uitbreidbaar tot vijfhonderdtwintig megawatt) wordt dit een van Europa’s krachtigste AI-locaties. Naar verwachting gaat Stargate Norway in 2025 open.

Waarom dit belangrijk is voor Europa

Europa loopt achter als het gaat om AI-infrastructuur. De meeste rekenkracht zit nu in de Verenigde Staten en China. Daardoor zijn Europese bedrijven, universiteiten en overheden vaak afhankelijk van buitenlandse techgiganten. En dat is niet zonder risico: wie de rekenkracht beheert, bepaalt in zekere zin ook de spelregels. Zonder eigen infrastructuur wordt Europa toeschouwer in plaats van speler, afhankelijk van buitenlandse belangen bij strategische toepassingen van AI

Door dit datacenter krijgt Europa een eigen krachtige AI-infrastructuur. Hierdoor blijven gevoelige gegevens, zoals medische dossiers of onderwijsinformatie, binnen Europa en onder Europese privacywetten. Bovendien ontstaat er controle over technologieën in belangrijke sectoren zoals gezondheidszorg, defensie en onderwijs.

Kleine kanttekening: Soevereiniteit is meer dan een fabriek op Europees grondgebied. Zolang het initiatief bij een Amerikaans bedrijf ligt, blijft de vraag wie uiteindelijk bepaalt wat er met de rekenkracht gebeurt. Maar goed.

Wat kunnen we er concreet mee?

Stel je voor dat de Rijksuniversiteit Groningen AI wil inzetten om klimaatscenario’s te berekenen met Europese satellietdata. Nu moeten ze dat via Amerikaanse platforms doen. Met Stargate kunnen ze zelf hun modellen draaien en sneller schakelen.

Of een ziekenhuis in Rotterdam wil AI gebruiken om medische scans te analyseren. Dit mag niet als data naar Amerikaanse servers gaat, vanwege privacywetten. Met een Europees datacenter mag dat wel.

Ook lokale startups profiteren. Een Noorse AI-onderneming met slimme vertaalsystemen hoeft straks geen duizenden euro’s per maand uit te geven aan buitenlandse GPU’s. Ze kunnen direct lokaal aan de slag.

Hoe ziet zo’n datacenter eruit?

Het megadatacenter komt te staan in Narvik, een stadje in het noorden van Noorwegen met ongeveer 22.000 inwoners. Het ligt tussen fjorden, bergen en de poolcirkel, waar je ’s winters het noorderlicht kunt zien en soms zelfs walvissen kunt spotten.

Klinkt prachtig, maar dat is niet de reden waarom Narvik gekozen is. Het is er koud, er is veel goedkope hernieuwbare stroom uit waterkracht én er ligt al bestaande infrastructuur. Dat maakt het dus een ideale plek voor een energie-intensief datacenter.

Zo’n datacenter is trouwens geen kantoor met bureaus, maar een enorme hal vol metalen rekken met chips. Alles draait 24/7 en wordt continu gekoeld met vloeistof. Van buiten oogt het als een moderne fabriek, van binnen als een digitale hersenmachine. 

Evenveel stroom als een middelgrote stad

Dit enorme complex moet bij de start al goed zijn voor een capaciteit van tweehonderddertig megawatt, met uitbreidingsplannen tot in totaal vijfhonderdtwintig megawatt. Ter vergelijking: een gemiddeld huishouden verbruikt ongeveer 0,4 kilowatt aan vermogen. Dat betekent dat het net zoveel stroom trekt als ruim vijfhonderdduizend huishoudens tegelijk.

24 uur per dag, 7 dagen per week. Als het centrum op volle kracht draait, verbruikt het per dag dus evenveel energie als een middelgrote stad.

Die energie komt overigens volledig uit Noorse waterkrachtcentrales. Noorwegen heeft een overvloed aan smeltwater uit bergen en fjorden, dat via dammen en turbines wordt omgezet in elektriciteit. Dat is schoon, stabiel en relatief goedkoop en dus ook waarom Narvik zo'n logische locatie is voor een energie-intensief AI-datacenter. 

Maar eerlijk is eerlijk: honderdduizend chips draaien non-stop en verbruiken gigantisch veel stroom. Ook al is die stroom groen, het blijft een flinke voetafdruk.

Wat kost dit en wie gaat dat betalen?!

De bouw van Stargate Norway kost in eerste instantie zo’n één miljard dollar. Dat bedrag wordt opgehoest door twee Noorse bedrijven, Aker en Nscale, die een joint venture vormen. OpenAI gebruikt nu vooral de capaciteit, maar kan later zelf ook investeren.

Gaat het datacenter uitbreiden naar volle capaciteit (520 megawatt), dan loopt de investering op tot enkele miljarden dollars. Dat is vergelijkbaar met grote infrastructuurprojecten zoals vliegvelden of kerncentrales.

Met Stargate Norway zet Europa een belangrijke stap richting eigen AI-soevereiniteit. Maar het échte werk begint pas als we die infrastructuur gebruiken voor toepassingen die daadwerkelijk waarde toevoegen voor mensen en maatschappij. En misschien nog wel belangrijker: als we ook durven investeren in Europese bedrijven, in plaats van ze weg te laten trekken naar Silicon Valley of Shenzhen.