Aan beide kanten van het front in Oekraine zijn drones niet langer alleen ogen in de lucht of vliegende bommen aan een joystick. Ze beginnen zelf te kiezen, zelf te navigeren en steeds vaker zelf te coordineren. IEEE Spectrum sprak met ontwikkelaars, militairen en analisten over wat zij een naderend kantelpunt noemen: het moment waarop een operator niet langer een drone bestuurt, maar een hele zwerm.
Wat een autonomiemodule van 50 dollar doet
De Oekraiense startup The Fourth Law produceert kleine modules die voor ongeveer 50 dollar per stuk aan bestaande aanvalsdrones worden geklikt. Het is een kastje met een chip en een camera. Het neemt de laatste seconden van de aanval over: zodra het doel in beeld is, vliegt de drone er zelfstandig op af, ook als de operator door radiostoring de verbinding kwijtraakt.
Volgens cijfers die de oprichter Yaroslav Azhnyuk deelt, verhoogt zo'n module de trefkans tot vier keer die van een drone die helemaal door een mens wordt aangestuurd. Inmiddels zijn er duizenden uitgeleverd aan eenheden in het oosten van het land. Azhnyuk runt daarnaast Odd Systems, dat warmtebeeldcamera's voor dezelfde drones maakt. Aan dezelfde keten levert Swift Beat, het dronebedrijf van oud-Google-topman Eric Schmidt, modules en complete autonome systemen.
Voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om dure militaire technologie van Lockheed of Boeing. Het zijn componenten ter waarde van een goedkope smartphone, vastgeplakt op drones die zelf ook al weinig kosten.
De Shahed wordt slimmer
Aan Russische kant gebeurt iets vergelijkbaars met de Shahed, het Iraanse ontwerp dat Rusland zelf bouwt onder de naam Geran. Een Shahed kost rond de 35.000 dollar per stuk. Ter vergelijking: een ballistische raket kost al snel miljoenen. Voor dat bedrag krijg je een drone met een kop van 90 kilo explosieven; varianten met een lichtere kop van 50 kilo halen tot 650 kilometer.
De productieaantallen zijn fors gestegen. Waar Rusland in januari 2024 nog zo'n 334 Shaheds per maand lanceerde, waren dat er in augustus 2025 ruim 4000. Een productieprobleem is het niet meer.
Wat opvalt is wat erin zit. Toen Oekraine in 2025 wrakken onderzocht, vond het Nvidia Jetson Orin-processoren, een module die normaal in zelfrijdende auto's of robots zit. Daarnaast zaten er warmtebeeldsensoren in. Russische V2U-drones, een nieuwere variant, gebruiken computer vision, oftewel software die in beelden objecten herkent, om in een omgeving vol radiostoring zelfstandig hun weg te vinden. Volgens IEEE Spectrum zijn nieuwere Shaheds bovendien onderling verbonden, zodat ze data uitwisselen en elkaar kunnen ontwijken of aanvullen.
Navigeren zonder GPS
Zodra het GPS-signaal door jamming wegvalt, schakelen Shaheds over op zogeheten inertial navigation. Dat is een eeuwenoud principe in een modern jasje: aan boord meten versnellingsmeters en gyroscopen continu hoe de drone beweegt. Uit die metingen reconstrueert het systeem ongeveer waar het zit en welke kant het op vliegt. Geen satelliet nodig.
De truc werkt omdat Shaheds vooral mikken op grote, vaste doelen: een energiecentrale, een wapenfabriek, een stationsgebouw. Een afwijking van enkele honderden meters kun je accepteren als je doel een blok beton van 200 meter breed is. Tegen een bewegend voertuig zou dat niet werken.
Voor de afweer betekent het dat traditionele tegenmaatregelen, vooral het verstoren van GPS-signalen, hun grootste troef zijn kwijtgeraakt. De drone vliegt door, ook als hij niet meer weet waar Moskou ligt.
Mens-per-zwerm in plaats van mens-per-drone
Het woord dat in deze sector blijft terugkomen is ratio. Tot nu toe geldt grofweg: een drone, een operator. Iemand kijkt mee door de camera, bestuurt het toestel, drukt af. Dat is duur in mankracht en kwetsbaar voor jamming.
De stap naar autonomie verandert die rekensom. Marc Lange, een van de analisten in het IEEE-stuk, schetst het scenario waarin een operator twintig, vijftig of honderd drones tegelijk aanstuurt en slechts ingrijpt bij twijfelgevallen. Het tekort aan goedgetrainde piloten wordt dan minder zwaar. Wat overblijft is een productieprobleem: hoeveel drones kun je per maand bouwen.
Voor Oekraine, met een veel kleinere bevolking dan Rusland, is dat een aantrekkelijke uitruil. Een tekort aan soldaten weegt minder zwaar als een handvol mensen een zwerm kan aansturen.
Waarom de massazwerm er nog niet is
Het kantelpunt is technisch zichtbaar, maar nog niet bereikt. Twee remmen.
De eerste is geld. Kate Bondar, analist bij CSIS, legt uit dat een drone die slechts een keer vliegt en ontploft, niet uitgerust kan worden met een dure camera in hoge resolutie of een topchip. Dat zou de eenheidsprijs opdrijven tot een niveau waarop het massavoordeel verdwijnt. De autonomie moet werken met sensoren en chips van een paar tientjes.
De tweede is wat de AI nog niet kan. Huidige beeldherkenningssystemen kunnen geen Russische van Oekraiense soldaat onderscheiden, en zelfs een soldaat van een burger onderscheiden lukt niet betrouwbaar. Snel bewegende doelen als motoren of buggies, in Oekraine veel gebruikt om aanvalsdrones te ontwijken, blijken voor de algoritmes lastig vol te houden in beeld.
De inschatting van de geinterviewde experts: nog twee a drie jaar voordat redelijk volledige autonomie haalbaar is in goed weer. Tien tot vijftien jaar voordat een mens helemaal uit de beslislus verdwijnt. Die tijdlijn klinkt lang, maar de afgelopen drie jaar is meer veranderd in droneoorlogvoering dan in de dertig jaar ervoor.
De counter-dronekant volgt hetzelfde patroon
Ook het neerhalen van drones wordt autonomer. MaXon Systems bouwt grondkanonnen die zelf Shaheds herkennen en raken, plus kleinere drones die in de lucht andere drones onderscheppen. Project Eagle, een initiatief rond het Merops-systeem, claimt tegen november 2025 ruim duizend Shaheds te hebben neergehaald. Het Falcons-netwerk gebruikt radiofrequentiedetectie om aankomende drones vroeg te zien.
De asymmetrie blijft scheef. Een Shahed kost 35.000 dollar; een raket waarmee je hem neerhaalt al snel een veelvoud. Daarom kijkt iedereen naar goedkope onderscheppers: drones die andere drones rammen voor een paar honderd dollar. Wie die rekensom als eerste structureel sluitend krijgt, bepaalt voor een groot deel hoe de volgende fase van deze oorlog eruitziet.
Een testlab waar de wereld op meekijkt
Oekraine is in de praktijk een laboratorium geworden waar Westerse en Russische technologie elkaar in maandritme treffen. Een module die in maart wordt uitgebracht, kan in mei alweer achterhaald zijn door een tegenmaatregel. Bedrijven die zelden in het nieuws komen, zoals The Fourth Law, Odd Systems, Swift Beat, MaXon Systems en Falcons, bouwen daarmee een product- en gevechtsgeschiedenis op die voor andere legers waardevoller is dan een trainingsoefening op een proefterrein.
De vraag of een mens nog op tijd een knop indrukt, wordt op die manier niet in Geneve beantwoord, maar in een akker bij Pokrovsk.












