māchine

Box-topman Levie diagnosticeert 'AI-psychose' bij CEO's

Aaron Levie, oprichter van cloudbedrijf Box, beschrijft op X waarom topmanagers AI-mogelijkheden stelselmatig overschatten. Zijn diagnose: ze zitten te ver van het echte werk om de haken en ogen te zien.

unhinged CEO in suit

Aaron Levie, oprichter en CEO van cloudbedrijf Box, heeft een nieuwe term gemunt voor het ongebreidelde AI-optimisme in de bestuurskamer: AI-psychose. Hij gebruikt het woord om uit te leggen waarom topmanagers vaak rotsvast geloven dat AI hun bedrijf binnen een jaar kan herstructureren, terwijl medewerkers op de werkvloer dagelijks tegen de grenzen van de techniek aanlopen. Het is, zo schrijft hij, een kwestie van afstand.

Waar de term vandaan komt

Levie postte zijn observatie op X. CEO's zijn volgens hem "uniek vatbaar voor AI-psychose, omdat ze ver genoeg van de last mile van het werk staan". De last mile is een term uit de logistiek: het laatste stukje van een pakket naar de voordeur, vaak het lastigste deel. Levie gebruikt hem hier voor de details van het echte werk: het corrigeren van een verkeerd ingevulde factuur, het reviewen van code die er goed uitziet maar een bug bevat, het beoordelen van een contract op dingen die een model niet snapt.

De redenering: een CEO ziet een demo, probeert een prototype, krijgt een nette uitkomst en concludeert dat AI dus het werk van een hele afdeling kan overnemen. Wat hij niet ziet, is de medewerker die de uitvoer naderhand controleert, fouten eruit haalt en de output bijschaaft tot iets bruikbaars.

Het 'happy path' probleem

In softwaretermen heet dat het happy path: het scenario waarin alles werkt zoals bedoeld. Demos draaien daar bijna altijd op. De echte wereld zit vol uitzonderingen. Een AI-agent die contracten samenvat, doet dat prima voor standaardteksten. Maar zodra er een clausule in bedrijfsjargon staat, of een verwijzing naar een interne afspraak die nergens is vastgelegd, gaat het mis. Vaak zonder dat het model dat zelf doorheeft. Hallucinatie heet dat: het verzinnen van plausibel klinkende, maar feitelijk onjuiste informatie.

Voor een CEO die het systeem twee keer per week aanzet, blijft die foutkans onzichtbaar. Voor de jurist die er dagelijks mee werkt en elke uitvoer moet narekenen, is het de hoofdmoot van zijn dag.

ClickUp als voorbeeld

Levie's kritiek komt op het moment dat een aantal bedrijven die kloof opzichtig negeert. ClickUp, een Amerikaanse maker van projectmanagement-software, ontsloeg 22 procent van zijn personeel nadat het bedrijf naar eigen zeggen 3.000 AI-agenten had uitgerold. CEO Zeb Evans noemt het doel een "100x organisatie": een bedrijf waarin overgebleven medewerkers vooral toezicht houden op een leger van geautomatiseerde collega's.

Dat soort herstructureringen vooruitlopen op wat de techniek aankan, is precies waar Levie voor waarschuwt. Niet omdat AI niets oplevert, maar omdat de verwachte productiviteitswinst aanzienlijk groter is dan wat in de praktijk haalbaar blijkt.

Wat het onderzoek laat zien

De boardroom-droom van AI als omzetversneller wordt door academisch werk vooralsnog niet bevestigd. Onderzoekers van UC Berkeley concludeerden eind vorig jaar dat er geen robuust verband bestaat tussen AI-adoptie en productiviteitswinst op bedrijfsniveau. MIT-onderzoek schat dat AI-agenten op dit moment niet de kwaliteit halen van een menselijke werknemer, en dat het pas richting 2029 realistisch is dat ze 80 tot 95 procent van bepaalde taken zelfstandig aankunnen.

Harvard Business Review wees op een ander effect: in bedrijven die AI breed inzetten, verschuift het knelpunt naar de top. Als alle uitvoer van AI-agenten uiteindelijk door een leidinggevende moet worden goedgekeurd, is die persoon de nieuwe bottleneck. De productiviteit van de werkvloer schiet omhoog, maar de organisatie als geheel komt nauwelijks sneller vooruit.

Geen AI-scepticus

Levie is geen tegenstander van de techniek. Hij investeert in AI-startups en moedigt bedrijven aan om volop te experimenteren. Zijn punt is precies omgekeerd: juist door zelf met AI-tools te werken, ontdek je waar ze goed en waar ze slecht in zijn. Een CEO die alleen demos kijkt en strategiestukken leest, mist die ervaring, en daarmee de realiteitscheck.

De term AI-psychose past in een groeiend rijtje kritische geluiden uit de tech-sector zelf. Eerder dit jaar waarschuwden onder meer ingenieurs van OpenAI en Anthropic dat klanten hun systemen overschatten en de menselijke supervisie verwaarlozen. Levie's bijdrage is dat hij het probleem niet bij de techniek legt, maar bij de organisatorische afstand tussen wie beslist en wie het werk doet.

Wat het voor werknemers betekent

Voor wie in een bedrijf werkt waar de directie groot heeft ingezet op AI, is de praktische vraag of de beloofde efficiëntie zich vertaalt in minder werk, ander werk of helemaal geen werk. ClickUp koos voor het laatste. Andere bedrijven, zoals Klarna, draaiden eerdere ontslagrondes deels terug toen bleek dat hun AI-klantenservice menselijke ondersteuning niet kon vervangen.

Levie's diagnose biedt geen oplossing, maar wel een verklaring voor het gat tussen de presentatie op de aandeelhoudersvergadering en wat een medewerker maandagochtend op zijn scherm ziet.